Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanslag in de Rijksinkomstenbelasting voor het belastingjaar, voorafgaande aan dat, waarin de belanghebbende zijn beroep of bedrijf moest opgeven.

2. De uitbetaling eener toegekende tegemoetkoming geschiedt wekelijks door het gemeentebestuur. Een wekelijksche uitbetaling bedraagt 1/52 van het vastgestelde jaarbedrag. Een gedeelte van eene week wordt hierbij als volle week aangemerkt.

3. Bij opheffing van den maatregel, in artikel 6 van de wet bedoeld, kan de uitbetaling der tegemoetkoming ten hoogste 3 maanden worden voortgezet.

4. Inkomsten welke de belanghebbende na het in werking treden der tegemoetkoming verwerft, worden daarop in mindering gebracht.

5. Onze Minister is in zeer bijzondere gevallen bevoegd:

a. ten behoeve van den belanghebbende af te wijken van de maxima, in het le en het 3e lid van dit artikel bedoeld;

b. het voorschrift, in het 4e lid van dit artikel vervat, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten.

6. Aan de toekenning van een tegemoetkoming is de voorwaarde verbonden, dat de persoon, aan wien zij wordt toegekend, een ander beroep of bedrijf niet uitoefent voordat de burgemeester hem, op advies van den inspecteur, heeft doen weten, dat hij bij de uitoefening daarvan geacht wordt geen gevaar op te leveren voor verspreiding van de ziekte, waarvan hij de kiemen draagt.

20. 1. De verzoeken om eene der bijdragen, bedoeld in artikel 20, 1ste lid, van de wet, worden door het bestuur der gemeente met de daarbij behoorende stukken in tweevoud tot Onzen Minister gericht. Deze beslist en stelt het bedrag der bjjdrage vast na den inspecteur, dien het aangaat, te hebben gehoord.

2. Aanvragen om toekenning van Rijksbijdragen in de uitgaven voor reiniging, ontsmetting, vernietiging, schadeloosstelling en voor deskundige leiding van den ontsmettingsdienst, die later dan 1 Juni van het jaar, volgende op dat waarop de aanvrage betrekking

Sluiten