Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. een uitgewerkte opgave met duidelijke omschrijving van de aan te schaffen toestellen en verdere hulpmiddelen, met nauwkeurige en volledige begrooting;

c. een volledige opgave van het aan te stellen personeel en van de aan hetzelve toe te kennen salarissen;

d. een raming van de bedrijfskosten voor het eerstvolgend dienstjaar;

e. alle overige bescheiden, die voor een juiste beoordeeling van het plan wenschelijk zijn.

2. Indien de aanvrage betrekking heeft op eene uitbreiding of vernieuwing van den ontsmettingsdienst, voegt het gemeentebestuur bij zijn aanvrage tevens een overzicht van den bestaanden ontsmettingsdienst en van de daardoor in het laatstverloopen dienstjaar verrichte werkzaamheden benevens een uiteenzetting van de noodzakelijkheid der voorgenomen uitbreiding of vernieuwing.

3. Zoodra Onze Minister de noodzakelijkheid van oprichting, vernieuwing of uitbreiding van een ontsmettingsdienst heeft erkend en het plan heeft goedgekeurd, deelt hij aan het gemeentebestuur mede, dat aanspraak gemaakt kan worden op toekenning van eene Rijksbijdrage. Het gemeentebestuur doet daarop Onzen Minister zoo spoedig mogelijk weten, dat het plan ten uit voer zal worden gelegd.

4. Zoodra het plan is uitgevoerd en het juiste bedrag der daarop gevallen kosten bekend is, zendt het gemeentebestuur Onzen Minister opgave van die kosten, onder overlegging van alle stukken, welke ter beoordeeling van de juistheid van de opgave noodig zijn.1

23. 1. De ziekten, bedoeld in artikel 20, le lid, onder 2° van de wet zijn de ziekten, genoemd in artikel 2 van dit besluit onder de groepen A en B met uitzondering van lyssa.

2. Een Rijksbijdrage, als bedoeld in artikel 20, 1ste lid, 2°., van de wet, wordt slechts verleend, indien:

1°. de reiniging of de ontsmetting is verricht door een dienst, dien Onze Minister heeft goedgekeurd;

1 Dit artikel (oorspr. art. 21) is aldus gewijzigd bij besluit van 30 October 1933, S. 556.

Sluiten