Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. de schadeloosstelling door Onzen Minister wordt goedgekeurd.1

24. 1. Bij een aanvrage om toekenning van een Rijksbijdrage in de uitgaven voor de opleiding tot ontsmetter, als bedoeld in artikel 20, le lid, onder 3° van de wet, worden opgegeven het aantal personen dat tot ontsmetter zal worden opgeleid, de wijze en duur van de opleiding en de geraamde uitgaven. Een Rijksbijdrage wordt slechts toegekend, indien de kosten van opleiding tot ontsmetter niet meer bedragen dan f 200 per ontsmetter en Onze Minister den dienst, ten behoeve van welken de opleiding is geschied, heeft goedgekeurd.

2. Zoodra Onzen Minister zal zijn gebleken, dat de voorgenomen opleiding aan redelijke eischen zal voldoen en dat het aantal tot ontsmetter op te leiden personen voor den dienst, waarbij deze personen werkzaam zijn, niet te groot is, deelt deze aan het gemeentebestuur mede, dat aanspraak kan worden gemaakt op de toekenning van een Rijksbijdrage voor de opleiding van het door Onzen Minister te noemen aantal ontsmetters. Zoodra de opleiding voltooid is, en het juiste bedrag der daarop gevallen kosten bekend is, zendt het gemeentebestuur Onzen Minister opgave van die kosten onder overlegging van alle stukken, die ter beoordeeling van de juistheid van de opgave noodig zijn. 2

25. 1. Bij de aanvrage om toekenning van een Rijksbijdrage in de uitgaven voor deskundige leiding van den ontsmettingsdienst, als bedoeld in artikel 20, le lid, onder 4° van de wet, waarin opgave wordt gedaan van het juiste bedrag der uitgaven voor de deskundige leiding in het laatstverloopen dienstjaar, worden alle stukken gevoegd, welke voor de beoordeeling van de juistheid van die opgave noodig zijn.

2. Een Rijksbijdrage wordt slechts toegekend, indien Onze Minister de inrichting van den dienst heeft goedgekeurd en indien en zoolang de Inspecteur de noodzakelijkheid van

1 Dit artikel (oorspr. art. 22) is aldus gewijzigd bij besluit van 30 October 1933, S. 550.

2 Dit artikel (oorspr. art. 23) is aldus gewijzigd bij besluit van 30 October 1933, S. 556.

Sluiten