Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuur kunnen echter, indien en voor zoover voorradig, bij eene barak mede in gebruik worden afgestaan: eene badkuip, met badkachel of geyser, ijzeren ledikanten met spiraal-matrassen, kachels (geen pijpen of platen); de verstrekking van deze voorwerpen geschiedt kosteloos, behoudens dat, indien de verzending er van niet te gelijk met de barak, doch afzonderlijk plaats heeft, de kosten van verzending voor rekening van de gemeente komen.1

2. Eene barak, met hetgeen daarbij verstrekt is, blijft bij het bestuur van eene zelfde gemeente als regel niet langer dan drie achter? eenvolgende maanden in gebruik; met goedvinden van den hoofdinspecteur kan deze termijn op aanvrage van het gemeentebestuur echter telkens met ten hoogste drie maanden worden verlengd.

De termijn van het gebruik wordt geacht aan te vangen met het begin van den dag, volgende op dien, waarop de barak aan het naast bij de plaats van opstelling gelegen station of aanlegplaats aankomt, en te eindigen met het einde van den dag, waarop de kennisgeving van het gemeentebestuur, dat de barak niet meer noodig is, door den voorzitter van den Gezondheidsraad is ontvangen, of het gemeentebestuur van dien voorzitter bericht heeft ontvangen, dat de barak niet langer ter beschikking van de gemeente kan worden gelaten.

3. De voorzitter van den Gezondheidsraad stelt zich in verbinding met den Rijksgebouwendienst, bureau Onderhouds- en Uitbreidingswerken, onder welks toezicht de barak wordt verzonden, en die, ter plaatse van gebruik, de opstelling en het uiteennemen, inpakken en verladen van de barak leidt en zorg draagt voor het onderhouden en het eventueel vernieuwen van de barakken.

Aan den ambtenaar, die met vorengenoemd toezicht wordt belast, worden 2 deskundige werklieden toegevoegd, die bij de uitvoering der werkzaamheden als voorwerkers dienst doen.

De verder ter plaatse benoodigde werklieden en hulpmiddelen, alsmede al wat tot het geI

1 Het eerste lid van dit artikel is aldus gewijzigd bij de beschikking van 17 Januari 1934 (Ned. Stct. 1934, n°. 12).

Sluiten