Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Boven en behalve de kosten, bedoeld in de derde alinea van artikel 3, in de eerste alinea, van artikel 4 en in artikel 5, komen ten laste van de gemeente de kosten van:

a. het vervoer van de barak van en naar het naast bij de plaats van opstelling gelegen spoorwegstation of aanlegplaats;

b. die, welke vallen op de exploitatie van de barak ter plaatse van gebruik, geen uitgezonderd.

De betaling van de kosten, bedoeld onder a en 6, geschiedt door het gemeentebestuur rechtstreeks aan de rechthebbenden.

7. Het gemeentebestuur is aansprakelijk voor alle schade, die aan de barak en hetgeen daarbij verstrekt is, wordt toegebracht gedurende den tijd, dat zij zich, opgesteld of niet opgesteld, al of niet in exploitatie, op het terrein bevindt.

8. Alle geschillen, geen uitgezonderd, die over de uitvoering dezer bepalingen mochten ontstaan, worden door den Minister van Sociale Zaken in hoogste instantie beslist.

’s Gravenhage, 9 October 1929.

Voor den Minister, De Secretaris-Generaal, A. L. Scholtens.

Besluit van den 17den Januari 1930, S. 16, tot uitvoering van de artikelen 17a en 17/ van de wet van 4 December 1872 (Staatsblad n°. 134) houdende voorzieningen tegen besmettelijke ziekten, gewijzigd bij de artikelen 35 en 36 van de Besmettelijke-Ziektenwet (Staatsblad 1928 n°. 265) en bij de wet van 30 December 1929 (Staatsblad n°. 589).

Wu WILHELMINA, enz. ;

Op de voordracht van Onzen Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid van 4 November 1929, Afd. Volksgezondheid, n°. 1950 H;

Gelet op de artikelen 17a en 17/ van de wet van 4 December 1872 (.Staatsblad n°. 134), houdende voorzieningen tegen besmettelijke ziekten, gewijzigd bij de Besmettelijke-Ziektenwet (Staatsblad 1928 n°. 265) en bij de wet van 30 December 1929 (Staatsblad n°. 589);

Sluiten