Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen bij het inenten én afenten der dieren en bij het bereiden en voor verzending in gereedheid brengen der entstof.

5. Tenzij door Onzen Minister anders wordt bepaald, wordt de voor inenting van den mensch bestemde entstof in de inrichting zelve gewonnen door voortplanting op kalveren of op andere voor het gewinnen der entstof geschikte dieren, die in de inrichting worden verpleegd.

6. De enting van de kalveren of van andere voor het gewinnen van entstof geschikte dieren geschiedt door de aan de inrichting verbonden geneeskundigen of veearts.

7. De entstof, die verstrekt wordt aan de geneeskundigen en aan de gemeentebesturen, moet:

a. afkomstig zijn van een kalf of eenig ander voor het gewinnen van entstof geschikt dier, dat blijkens verklaring van den aan de inrichting verbonden veearts door hem bij het leven en na de slachting volkomen gezond bevonden is ;

b. blijken na onderzoek deugdelijk te zijn bevonden.

8. Bij elke zending entstof worden vermeld de naam der inrichting, doorloopend nummer en het registernummer van het dier, waarvan de entstof is gewonnen, datum der bereiding en datum der verzending.

9. Van de kal ver- of andere dierentingen, van de inentingen en de herinentingen en van de verzending van de entstof worden, door de zorg van het bestuur der inrichting registers met klapper, volgens door Onzen Minister goed te keuren modellen, bijgehouden. Van deze registers kan door den Inspecteur te allen tijde inzage worden geëischt.

10. De prijs per hoeveelheid voor één inenting benoodigde entstof bedraagt niet meer dan het door Onzen Minister daarvoor vastgestelde bedrag.1

11. De inrichting verstrekt de entstof slechts voor een haar door Onzen Minister aangewezen gebied.

1 Bij beschikking van 25 September 1930 (Ned. Stct. 1930, n°. 187) is de prijs per hoeveelheid voor ééne inenting benoodigde entstof vastgesteld op vijf en twintig cent.

Sluiten