Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Achterzijde.

K. B. van 17 Januari 1930 (Staatsblad n°. 16), houdende voorschriften omtrent de inenting tegen variola major (pokken). [Art. 17a van de wet.]

Art. 2. 1. De geneeskundige gaat tot de

inenting niet over dan na zich te hebben overtuigd van den gezondheidstoestand van den in te enten persoon.

2. Ducht hij van de inenting bijzonder gevaar voor de gezondheid van den in te enten persoon, dan deelt hij dit aan hem, die den in te enten persoon geleidt, of aan dezen zelf mede, en wordt de inenting uitgesteld.

Art. 3. De geneeskundige neemt bij de behandeling der entstof en bij de inenting de noodige voorzorgen in acht. Met de bedekking van het entveld door de kleeding wordt ten minste 10 minuten na de inenting gewacht.

Art. 4. 1. Bij elke inenting worden met het,

met entstof bedeelde, instrument drie schrapjes van ongeveer een halven centimeter lengte en ten minste twee centimeters van elkander verwijderd in de huid van het entveld gemaakt.

2. Als goed gevolg van de inenting wordt beschouwd de opkomst van ten minste twee volledig ontwikkelde pokpuisten.

3. Van het bepaalde in de beide vorige leden kan met de toestemming van Onzen Minister, na advies van den Gezondheidsraad, worden afgeweken.

Art. 6. 1. Voor de inenting mag slechts stof

worden gebezigd, afgeleverd door eene entstofinrichting, die vergunning van Onzen Minister heeft verkregen.

2. De entstof mag niet langer dan een week na den datum der verzending worden gebruikt en moet op een koele en donkere plaats bewaard worden.

3. De entstof moet worden gebruikt, zooals zij door de inrichting is afgeleverd.

Art. 25. Telkenjare, in de maand Januari, wordt de lijst der entstof-inrichtingen, die van Onzen Minister de vergunning hebben ontvangen, in de Nederlandsche Staatscourant geplaatst.

Herinnerd wordt aan art. 7 van de wet van 1 Juni 1865 (Staatsblad n°. 60), zooals die laatstelijk is gewijzigd bij de Besmettelijke Ziektenwet (Staatsblad 1928, n°. 265), ingevolge welk artikel de geneeskundige een duplicaat van dit bewijs aan het gemeentebestuur moet zenden uiterlijk één maand na het einde van het jaar, waarin de verrichting of de behandeling, daarbij vermeld, plaats vond.

Sluiten