Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de pokke.i de bevolking een belangrijke beschutting voor deze ziekte verschaft.

Het is daarom van groote beteekenis, dat aan de bevolking op geregelde tijden de gelegenheid wordt gegeven haar kinderen tegen de pokken te laten inenten.

Heb spreekt zonder meer van zelf, dat de beslissing of een kind zal worden ingeënt of niet, geheel bij de ouders berust, die daartoe de voorlichting van den huisarts kunnen vragen.

De aandoeningen van het centrale zenuwstelsel, die na vaccinatie kunnen ontstaan, zijn nog niet met zekerheid te voorkomen. Echter zijn wel enkele maatregelen te treffen, waardoor dit gevaar tot een minimum kan worden teruggebracht. De Nederlandsche encephalitiscommissie laat zich in haar Algemeen Samenvattend Rapport (1932) in dezen zin hierover uit, dat verschillendè waarnemingen ervoor pleiten, dat inenting op zeer jeugdigen leeftijd de minste gevaren met zich brengt, terwijl ook de maanden van inenting te dien opzichte van eenige beteekenis zouden kunnen zijn.

Voor zoover kinderen tot dusver werden gevaccineerd op den leeftijd tusschen 3 en 9 maanden hebben zij in ’t algemeen weinig hinder van de bewerking ondervonden en is het optreden van encephalitis slechts in een enkel geval voorgekomen en wel in zeer lichten graad.

Voorts is, voor zoover tot heden is na te gaan, de kans op het ontstaan van encephalitis in de maanden Mei en December belangrijk geringer dan in de andere maanden.

Ik zou U daarom willen uitnoodigen bij de kennisgeving van den tijd waarop en de plaats waar ingeënt zal worden een mededeeling te voegen omtrent den meest geschikten leeftijd, waarop de kinderen kunnen worden ingeënt en omtrent den meest geschikten tijd, waarop de inenting kan geschieden.

De Geneeskundig Inspecteur van de Volksgezondheid is gaarne bereid U desgewenscht van voorlichting te dienen.

De Minister van Staat,

Minister van Binnenlandsche Zaken, Ruys de Beerenbrouck.

S. & J. n0". 26, 3e dr. . #

Sluiten