Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 7

wiens schip, na aankomst uit zee in eene Nederlandsche haven of op eene Nederlandsche réede liggende, eene der in of krachtens artikel 2 aangewezen ziekten waargenomen wordt, daarvan binnen twaalf uren kennis aan den burgemeester van die havenplaats of van de gemeente, die het naast aan zijne ankerplaats ligt, doet zijn schip het krachtens artikel 3 voorgeschreven sein voeren, totdat het schip tot het vrije verkeer is toegelaten, of totdat het het gebied van het Rijk in Europa verlaten heeft, en zorgt dat geene gemeenschap met den wal en met andere schepen plaats hebbe, alvorens het gezondheidsonderzoek is afgeloopen.

Aldus gewijzigd bij de wet van 31 Juli 1915, S. 346.

Art. 7. Het gezondheidsonderzoek geschiedt door den inspecteur, krachtens de Gezondheidswet belast met het toezigt op de handhaving der wettelijke bepalingen betreffende besmettelijke ziekten of, onder zijn opzigt, door geneeskundigen, daartoe door Ons aangewezen.

Bij algemeenen maatregel van bestuur kunnen bijzondere voorschriften worden vastgesteld omtrent het gezondheidsonderzoek van passagiersbooten.

Bij verhindering of ontstentenis van de in het eerste lid genoemde personen, wordt in spoedeischende gevallen door den burgemeester, in artikel 3 of 6 bedoeld, een voorloopig gezondheidsonderzoek aan een anderen geneeskundige opgedragen.

Aldus gewijzigd bij de wetten van 31 Juli 1915, S. 346 en 27 November 1919, S. 784.

— lid 1. Bij het besluit van 15 Mei 1933,

Sluiten