Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Raad van State gehoord (advies van 21 Februari 1922, n°. 34);

Gelet op het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 2 Maart 1922, n°. 327 H, en van 6 Maart 1922, afdeeling B1, n°. 55;

Hebben goedgevonden en verstaan te

bepalen :

Art. 1. Het gezondheidsonderzoek, bedoeld in artikel 7 van bovengenoemde wet wordt ingesteld in de plaatsen Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden, den Helder, Harlingen, Delfzijl, Hellevoetsluis, Neuzen, Brouwershaven, Zierikzee, de Vliereede, Maassluis, Vlaardingen en Dordrecht. 1

2. De maatregelen en voorschriften bedoeld in artikel 10 en 11 van voormelde wet, worden toegepast in de gemeenten Amsterdam en Rotterdam, echter wat deze laatste gemeente betreft voor zoover de ter plaatse bestaande sanitaire organisatie, ter beoordeeling van Onzen Minister van Sociale Zaken voor die toepassing berekend kan worden geacht.

3. Ons besluit van 1 November 1921 (Staatsblad n°. 1156) vervalt.

4. Dit besluit treedt in werking op den tweeden dag na dien der plaatsing in het Staatsblad.

Onze Ministers van Sociale Zaken en van Defensie zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en in afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

’s-Gravenhage, den 8sten Maart 1922.

WILHELMINA.

De Minister van Arbeid, Aalberse.

De Minister van Marine, a. i.} van Dijk.

(Uitgeg. 27 Maart 1922.)

Dit artikel is aldus opnieuw vastgesteld bij besluit van 19 September 1931, S. 404.

Op grond van de wet van 31 December 1913, S. 469, worden de voorschriften betreffende besmettelijke ziekten te Hoek van Holland toegepast, als ware dit een afzonderlijke gemeente. '

* Zie de wet van 20 Februari 1928, S. 38.

Sluiten