Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 4. Voorschriften omtrent het onschadelijk maken van door zieken langs verschillende wegen ontlaste stoffen.

Voor zoover de af- en uitscheidingen van lijders geacht worden besmetting te kunnen veroorzaken, worden zij op de volgende wijze behandeld:

In de potten of flesschen, waarin de darmontlasting, het braaksel of de urine wordt opgevangen,‘worden vooraf 200 cc (een bierglas) kresolzeepwater gedaan, waarmede de stoffen goed vermengd worden.

De potten of flesschen mogen niet eerder dan twee uren, nadat de laatste darmontlasting, enz. daarin is opgevangen, worden geledigd en moeten vervolgens met kresolzeepwater worden omgespoeld.

Waar door de zorg van het gemeentebestuur gekenmerkte tonnen, uitsluitend bestemd tot het opnemen van de uitwerpselen der lijders, worden verstrekt, wordt de inhoud der potten of flesschen en het kresolzeepwater, waarmede zij zijn omgespoeld, daarin verzameld. In die tonnen moet vooraf 1 liter kresolzeepwater of ongeveer 500 gram chloorkalk worden gedaan. Zij moeten, alvorens zij na lediging weder aan huis worden bezorgd, met kresolzeepwater worden omgespoeld. Zijn de uit neus- of keelholte afgescheiden stoffen opgevangen op doeken, dan worden deze verbrand of behandeld zooals in § 1 is aangegeven.

§ 5. Voorschriften omtrent het onschadelijk maken of ontsmetten van water en van verzamelingen van vuil en omtrent het ontsmetten van privaten en% urinoirs.

Water wordt met chloorkalk of met kalkmelk ontsmet. Van chloorkalk is zooveel toe te voegen, dat de vloeistof sterk naar chloor riekt, van kalkmelk zooveel, dat het mengsel rood lakmoespapier sterk en blijvend blauw kleurt. In beide gevallen mag de vloeistof eerst na twee uren weggegoten worden. Waar het water met metalen oppervlakten in aanraking komt, is kalkmelk boven chloorkalk te verkiezen. Wanneer bij het heerschen van eenige besmettelijke ziekte verzamelingen van mest of andei vuil worden opgeruimd, moet dat vuil, na zoo

Sluiten