Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gens de regelen, in het 2de lid van deze paragraaf aangegeven.

§ 6. Voorschriften omtrent het onschadelijk maken van besmet of van besmetting verdacht ongedierte,

A. Met betrekking tot ratten en muizen.

Ratten en muizen moeten worden gedood

met zwaveligzuurgas, cyaanwaterstof of cyaanverbindingen of andere middelen, in zoover de cyaanverbindingen en de andere middelen in staat zijn ratten en muizen te dooden.

De gedoode dieren worden zooveel mogelijk ter plaatse, waar zij worden gevonden, overgoten met kokend water, kresolzeepwater of petroleum, daarna met een tang aangepakt en in een waterdichten emmer of bak gedaan en ten spoedigste verbrand. Is verbranding niet mogelijk, dan kan daarvoor in de plaats treden begraving in eene laag chloorkalk of fijngemaakte ongebluschte kalk, of, zoo deze niet ter beschikking zijn, eene laag gebluschte kalk, waarover aarde.

B. Met betrekking tot insecten en hunne eieren.

Insecten en hunne eieren worden gedood met boven 70° C. verwarmde lucht, zeepwater van 10 pet., cyaanwaterstofgas of cyaanverbindingen, in zoover deze laatste in staat zijn insecten en hunne eieren te dooden, petroleum of benzinedamp.

De gedoode dieren worden zooveel mogelijk verzameld en daarna verbrand. De bij de verzameling gebruikte werktuigen worden ontsmet.

§ 7. Voorschriften, omtrent het onschadelijk maken van water, in het bijzonder aan boord van schepen.

Het ruimwater, zoomede het verdere aan boord aanwezige water, wordt, indien en voor zoover zulks noodig wordt geacht, overeenkomstig het bepaalde in § 5 ontsmet en vervolgens, doch niet eerder dan na verloop van ten minste 6 uren, buiten boord gepompt. Voor de ontsmetting kan worden gebruikt kresolzeepwater, kalkmelk, chloorkalk of sublimaatoplossing.

’s-Gravenhage, 1 September 1933.

Voor den Minister,

De Secretaris-Gener aal, H. Schol Jr., l.-S.-G.

Sluiten