Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1

inachtneming van de door dezen Minister te geven voorschriften mogen worden toegepast.

Zie de hierachter op blz. 213 opgenomen beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 22 April 1933.

— Onder de middelen, die tegenwoordig voor reiniging en ontsmetting van personen, goederen, gebouwen, voer- en vaartuigen worden gebruikt, is er meer dan een, waarvan de inwerking op den mensch niet zonder schade voor zijne gezondheid plaats heeft, ja zijn dood kan veroorzaken. In ’t bijzonder wordt hierbij gedacht aan het gebruik van gassen, als bijvoorbeeld blauwzuur (cyaanwaterstofgas) en aanverwante middelen, waarvan de toepassing voor ontsmettings- en zuiveringsdoeleinden meer en meer de aandacht trekt.

Zelfs wanneer de toepassing alleen door deskundigen met ervaring geschiedt, is nog de grootst mogelijke voorzichtigheid geboden. Intusschen staat het te vreezen, dat ook onbevoegden, als zoogenaamde „zuiveraars” en particuliere ontsmettingsbedrijven, zich van middelen als de bovengenoemde zullen gaan bedienen. Immers er zijn gassen, die in het gebruik gemakkelijk en betrekkelijk goedkoop zijn, vooral als de noodige maatregelen van voorzorg tegen het gevaar van vergiftiging achterwege worden gelaten. (M. v. T.)

— Het ligt volstrekt niet in de bedoeling van het ontwerp het gebruik van onschadelijke stoffen als zuiveringsmiddelen aan beperkende bepalingen te onderwerpen; daarom zullen carbol, lysol, creosootzeep buiten de werking der wet kunnen blijven. Aangaande de wijze van aanwending van sublimaat is een regeling getroffen bij beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken d.d. 16 Juli 1907, houdende vaststelling van de voorschriften bedoeld in artikel 1 van het Koninklijk besluit van 29 Juni 1907 (Staatsblad n°. 155).1

Het Ontwerp bedoelt slechts het aanwenden van gevaarlijke middelen in de praktijk te regelen. Wetenschappelijke proeven staan daar-

1 Zie thans : Kon. Besluit van 1 October 1929, S. 448 (blz. 73).

Sluiten