Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 4

instellingen of vereenigingen van toepassing.

De intrekking van de vrijstelling kan worden herroepen.

Art. 4. Met het opsporen van de overtredingen van deze wet zijn, behalve de in artikel 141, 1°. en 3°. tot en met 6°., van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, de ambtenaren van Rijks- en gemeentepolitie en de door Onzen Minister van Sociale Zaken aangewezen Rijks- of gemeenteambtenaren.

Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 29 Juni 1925, S. 308 (tot invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering).

Art. 5. De in artikel 4 genoemde personen zijn te allen tijde bevoegd de uitlevering te vorderen van al hetgeen redelijkerwijze vermoed kan worden gediend te hebben of bestemd te zijn geweest tot het plegen van een overtreding van deze wet en in beslag te nemen alles, wat dienen kan tot bewijs der overtreding.

Zij hebben te allen tijde toegang tot de plaatsen, waar een overtreding van deze wet gepleegd wordt, of waar redelijkerwijs vermoed kan worden dat zoodanige overtreding gepleegd wordt. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich dien desnoods met inroeping van den sterken arm.

In plaatsen, die tevens woningen zijn, of alleen door een woning toegankelijk zijn, treden zij tegen den wil van den bewoner niet binnen dan op vertoon

Sluiten