Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 9

van een schriftelijken bijzonderen last van den burgemeester of van den kantonrechter. Van het binnentreden wordt door hen proces-verbaal opgemaakt, dat binnen tweemaal vier en twintig uren aan hem, in wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt medegedeeld.

Art. 6. Overtreding van artikel 2, eerste lid, der wet wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste duizend gulden.

De in beslag genomen goederen kunnen worden verbeurd verklaard. Zij kunnen zoo noodig onbruikbaar worden gemaakt.

Art. 7. De hoofden van ontsmettingsof zuiveringsinrichtingen zijn verantwoordelijk voor overtredingen dezer wet door hun personeel in dienst van de inrichting gepleegd, tenzij zij kunnen aantoonen, dat tot de verboden handelingen geen algemeene of bijzondere opdracht is gegeven.

Is de inrichting eigendom van een vennootschap, vereeniging, publiekrechtelijk lichaam of publiekrechtelijke instelling, dan rust de in het eerste lid bedoelde verantwoordelijkheid op den directeur, respectievelijk het hoofd van den betrokken dienst.

Art. 8. De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Art. 9. Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag.

Bij besluit van 26 Mei 1924, S. 264, is de dag van inwerkingtreding bepaald op 1 October 1924.

Sluiten