Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE

der wet van 6 Mei 1922, S. 272.

Beschikking van den Minister van Staat, Minister van BinnBnlandsche Zaken dd. 22 April 1933 betreffende ontsmettingsen zuiveringsmiddelen (Ned. Staatscourant 1933, n°. 79).

De Minister van Staat, Minister van Binnen* landsche Zaken;

Gelet op het bepaalde in art. 1 der wet van 6 Mei 1922 (Staatsblad n°. 272) tot toepassing van middelen voor ontsmettings- of zuiveringsdoeleinden;

Heeft goedgevonden:

onder intrekking van de beschikking van den Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid van 4 Juni 1924, Nederlandsche Staatscourant n°. 110, houdende voorschriften voor de toepassing van middelen voor ontsmettings- of zuiveringsdoeleinden (zooals deze is gewijzigd bij beschikkingen van 10 April 1929, Nederlandsche Staatscourant n°. 69, en 23 Maart 1932, Nederlandsche Staatscourant n°. 58), de volgende voorschriften vast te stellen:

Art. 1. De ontsmettings- of zuiveringsmiddelen, welke slechts met inachtneming van de door den Minister van Sociale Zaken te geven voorschriften mogen worden toegepast, zijn cyaanwaterstof (blauwzuur, Pruisisch zuur) en giftige cyaan ver bindingen of stoffen, die giftige cyaanverbindingen kunnen opleveren zoomede aethyleenoxyde en gasmengsels, waarin aethyleenoxyde aanwezig is.

Art. 2. Met de in het vorig artikel genoemde middelen mag slechts gewerkt worden onder deskundige leiding. De Minister van Sociale Zaken kan vorderen, dat hem van de deskundigheid van een persoon, belast met de leiding der werkzaamheden, blijke uit eene desbetreffende verklaring, afgegeven door den geneeskundigen inspecteur van de volksgezondheid.

«

Sluiten