Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. dat, zoo voor de zuivering gebruik wordt gemaakt van aethyleenoxyde of gasmengsels waarin aethyleenoxyde aanwezig is, de electrische geleiding door uitschakeling van den hoofdschakelaar stroomloos is gemaakt, alle gaskranen gesloten zijn en de gasmeter stilstaat ;

d. dat, zoo gebruik wordt gemaakt van cyaanwaterstof, in de te zuiveren ruimten geen eet- of drinkwaren aanwezig zijn, anders dan die gezuiverd moeten worden of die luchtdicht afgesloten zijn;

e. dat zich geen andere dan de in art. 4 genoemde personen in de te zuiveren ruimte bevinden.

Kan geen redelijke zekerheid worden verkregen, dat de giftige gassen niet in naburige ruimten zullen doordringen, dan zorgt de leider er voor, dat, zoodra doordringen van gas wordt geconstateerd in de omgeving, er maatregelen tot ontruiming worden getroffen, en is op die ruimten verder het bepaalde onder c en d van toepassing.

Art. 7. De leider draagt zorg, dat tijdens de zuivering geen andere dan de in art. 4 genoemde personen in de te zuiveren ruimte of in naburige ruimten, waarin de giftige gassen zouden kunnen doordringen, komen en dat, indien aethyleenoxyde of gasmengsels, waarin aethyleenoxyde aanwezig is, worden gebruikt, in geen der ruimten vuur of open kunstlicht aanwezig is of komt.

Art. 8. Bij het zuiveren met cyaangas wordt zorg gedragen, dat geen materiaal, waaruit cyaangas ontwikkeld kan worden, wordt gemorst. In het bijzonder wordt zorg gedragen, dat bij de vermenging in een vat van cyaanverbindingen met zuur geen cyaan ver binding of zuur uit dit vat kan spatten.

Art. 9. De leider zorgt, dat in elk geval gebruik wordt gemaakt van de gasmaskers en dat deze niet worden af gelegd, vóórdat vaststaat, dat geen gevaar voor vergiftiging meer aanwezig is.

Art. 10. Wanneer de gassen lang genoeg hebben ingewerkt, moeten deuren, ramen en ventilatie-inrichtingen, zoo mogelijk, van buiten af geopend worden. Hierbij moet worden zorg gedragen, dat de gassen niet kunnen ontsnappen

Sluiten