Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smettelijke-Ziektenwet 1928 (Staatsblad n°. 265), kan met machtiging van den Minister de directeur van dien dienst treden in de rechten en bevoegdheden van den inspecteur van de volksgezondheid genoemd in art. 4 en art. 14 dezer beschikking ; in dat geval wordt de kennisgeving bedoeld in art. 13, aan dien directeur gedaan.

Art. 16. De aanwezigheid van den inspecteur van de volksgezondheid, den directeur van een gezondheidsdienst of een door dezen aangewezen geneeskundigen ambtenaar ontheft den leider niet van zijne verantwoordelijkheid als zoodanig.

Art. 17. Eene gecyaneerde of met aethyleenoxyde bewerkte ruimte of eene daarmede in verbinding staande ruimte, waarin gifgas is doorgedrongen, mag niet in gebruik worden genomen voordat de cyaan- en aethyleenlucht zijn verdwenen en, wat cyaan betreft, dit niet meer met een daarvoor gevoelig reagens is aan te toonen nadat die ruimten gedurende een uur gesloten zijn geweest.

Art. 18. De bepalingen van deze beschikking zijn niet van toepassing op ontsmettingen en zuiveringen, door of op last van den militairgeneeskundigen dienst van land- of van zeemacht verricht in tijd van oorlog of oorlogsgevaar en na afkondiging van den staat van oorlog of van beleg, voor zoover betreft het in dien staat verklaard gebied, en evenmin op ontsmettingen en zuiveringen in den tuinbouw in de open lucht, in vrijstaande kassen en andere bedrijfsgebouwen of getimmerten verricht met blauwzuurdampen, uit calcium-cyanide gevormd, indien en voor zoover deze handelingen plaats vinden met inachtneming van de voorschriften, te dien opzichte door den Plantenziektenkundigen Dienst vastgesteld.

De bepaling van art. 9 is niet van toepassing op zuiveringen die door den Plantenziektenkundigen Dienst in de open lucht worden uitgevoerd met cyaanwaterstof en giftige cyaanverbindingen of stoffen, die giftige cyaanverbindingen kunnen leveren.

’s-Gravenhage, 22 April 1933.

Voor den Minister,

De Secretaris-Generaal, Frederiks.

Sluiten