Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERDERE BIJLAGEN.

Wet van den 7den December 1934, S. 642, tot bescherming van leerlingen tegen de gevolgen van besmettelijke ziekten van personeel van inrichtingen van onderwijs.

Zie omtrent deze wet:

Bijl. Hand. 2de Kamer 1933/1934, n°. 349, 1—10; 1934/1935, n°. 20, 1—6.

Hand. idem 1934/1935, blz. 31—46,54—64,90.

Bijl. Hand. 1® Kamer 1934/1935, n°. 20, blz. 1—5.

Hand. idem 1934/1935, blz. 90.

Wij WILHELMINA, enz. . . doen te weten :

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is leerlingen tegen de gevolgen van besmettelijke ziekten van personeel van inrichtingen van onderwijs te beschermen ;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State, enz.

Art. 1. 1. Deze wet is van toepassing op alle inrichtingen van onderwijs, die ter beoordeeling van Onzen Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen geacht kunnen worden tot het voorbereidend lager onderwijs te behooren, en op alle andere inrichtingen van onderwijs, met uitzondering van de inrichtingen van hooger onderwijs — behalve de gymnasia — en van die, waarover zich het Ryks toezicht niet uitstrekt en waarvan bovendien de kosten niet geheel of gedeeltelijk, rechtstreeks of indirect, uit openbare kassen worden voldaan.

2. Onder tuberculose van de ademhalingsorganen worden in deze wet verstaan alle vormen van tuberculose van de ademhalingsorganen, met uitzondering van die, welke geacht kunnen worden voor leerlingen geen besmettingsgevaar op te leveren.

2. 1. Ieder, die aan een inrichting van

onderwijs in vasten dienst wordt verbonden, moet, om tot die inrichting te worden toegelaten, in het bezit zijn van een verklaring, dat hij niet ladende is aan tuberculose van de ademhalingsorganen; deze verklaring mag niet ouder zijn dan zes maanden.

2. Ieder, die aan een inrichting van onderwijs in tijdelijken dienst werkzaam is, moet, zoodra deze tijdelijke dienst veertien dagen heeft geduurd, in het bezit zijn van een ver-

Sluiten