Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telijke omstandigheden, welke tot het ontslag hebben geleid, aanwezig zijn.

3. Ter zake van de bezoldiging /an een persoon, als bedoeld in het eerste lid, kunnen geen uitgaven ten laste van het Rijk of de gemeente komen, langer dan uiterlijk drie maanden na het tijdstip, waarop het feit, dat tot ontslag aanleiding kan geven, zich heeft voorgedaan.

8. 1. Hij, die aan een inrichting van onderwijs in vasten dienst verbonden is, of die aan een inrichting van onderwijs in tijdelijken dienst voor één jaar of langer werkzaam is gesteld, en die op grond van het feit, dat hij niet in het bezit gesteld kan worden van de vere’schte verklaring, voor ontslag in aanmerking komt, heeft het recht zich binnen een maand, te rekenen van het tijdstip, waarop hem ontslag is aangezegd, tot Onzen Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen te wenden ter verkrijging van de vereischte verklaring. De Minister beslist, den Gezondheidsraad gehoord. Hangende deze beslissing kan aan den betrokkene niet ontslag worden verleend.

2. Een door den Minister ingevolge het eerste lid af gegeven verklaring treedt voor de toepassing van deze wet in de plaats van een verklaring, als in het eerste of het vierde lid van artikel 2 bedoeld.

3. Beslist de Minister, dat de verklaring niet kan worden af gegeven, en volgt op dien grond ontslag, dan is de betrokkene uitgesloten van het recht om van dit ontslag in beroep te komen, waar dit overigens zou bestaan.

9. Wij stellen bij algemeenen maatregel van bestuur regelen vast omtrent:

1°. bet in het eerste lid van artikel 6 bedoeld verlof tot herstel en de bezoldiging gedurende dat verlof, de in het derde lid van artikel 6 bedoelde uitkeering, alsmede de bezoldiging gedurende den tijd, waarin de betrokkene ingevolge deze wet niet tot een inrichting van onderwijs mag worden toegelaten ;

2°. de wijze, waarop aan een gemeentebestuur of een schoolbestuur de kosten, welke voortvloeien uit de toepassing van het bepaalde onder 1°., worden vergoed.

Sluiten