Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zie het hierna op blz. 226 opgenomen besluit van 15 Januari 1935, S. 14.

10. 1. Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen kan bevelen, dat een inrichting van onderwijs wordt gesloten, indien het bestuur, na nerhaalde waarschuwing, weigert te voldoen aan de uit deze wet voortvloeiende verplichtingen.

2. Binnen dertig dagen, nadat het schriftelijk bevel tot sluiting aan belanghebbende is toegezonden, kan deze daarvan bij Ons in beroep komen. Hangende het beroep blijft het bevel tot sluiting van kracht.

3. Het bevel tot sluiting geldt voor de inrichting als zoodanig, onverschillig naar welk gebouw zij mocht worden overgebracht.

11. 1. Met een geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:

a. het hoofd of plaatsvervangend hoofd van een inrichting van onderwijs, dat tot die inrichting iemand toelaat, die niet in het bezit is van een geldige verklaring, als bedoeld in het eerste of het vierde lid van artikel 2, in een geval, waarin hij overeenkomstig deze wet niet tot de inrichting van onderwijs mag worden toegelaten, alvorens in het bezit van de verklaring te zijn;

b. het hoofd of plaatsvervangend hoofd van een inrichting van onderwijs, dat tot die inrichting iemand toelaat in strijd met een bevel als bedoeld in het derde lid van artikel 4;

c. hij, die niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 3 gedane vordering tot afgifte van een hem vroeger uitgereikte verklaring.

2. De strafbare feiten, in het vorig lid bedoeld, worden als overtredingen beschouwd.

Overgangsbepalingen.

12. 1. De inspecteur en de geneeskundigen, bedoeld in het vierde lid van artikel 2, hebben het recht van een lid van het personeel, dat op het tijdstip van het in werking treden van deze wet aan een inrichting van onderwijs verbonden is, te vorderen, dat hij zich onderwerpt aan een onderzoek ter verkrijging van een verklaring als in het eerste lid van artikel 2 bedoeld.

Sluiten