Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bureau- arts volgens regelen in overleg met den Inspecteur vastgesteld en door dezen goedgekeurd.

3. Wanneer de opgeroepene niet aan den oproep gevolg geeft, kan de Consultatiebureauarts hem nog éénmaal een oproep zenden; deze oproep geschiedt dan per aangeteekenden brief.

4. Indien de opgeroepene, zonder opgaaf van geldige redenen, ter beoordeeling van den Consultatiebureau-arts, ten tweeden male niet aan den oproep gehoor geeft, doet de Consultatiebureau-arts hiervan mededeeling aan den Inspecteur; deze geeft hiervan kennis aan den Minister, die beslist, of artikel 7, eerste lid, der wet van toepassing is.

5. Behoudens het bepaalde in artikel 8, eerste lid, der wet mag hij, ten aanzien van wien bij een onderzoek blijkt, dat de vereischte verklaring hem niet kan worden gegeven, zich niet eerder dan één jaar na dit onderzoek aan een nieuw onderzoek onderwerpen, tenzij op advies van den behandelenden arts en met schriftelijke toestemming van den Inspecteur.

6. 1. Van alle gevallen, waarin op grond van het onderzoek een voorwaardelijke verklaring is uitgereikt of de verklaring niet kan worden gegeven, wordt door den arts, die het onderzoek heeft verricht, onverwijld kennis gegeven aan den Inspecteur in een opgave, welke wordt ingericht volgens door Onzen Minister vast te stellen modellen. De Inspecteur doet van deze opgaven mededeeling aan Onzen Minister en aan den Geneeskundig Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid, die een kaartregister inricht en bij houdt van alle aldus te zijner kennis gebrachte gevallen.1

2. De voorwaardelijke verklaring wordt ingericht volgens het door Onzen Minister vast te stellen model.1

7. Indien hij, aan wien een voorwaardeljjke verklaring is uitgereikt, zich zonder toestemming van den voor het periodiek onderzoek in de verklaring aangewezen arts niet op den bepaalden tijd voor een volgend onderzoek

1 Zie de hierna op blz. 238 opgenomen beschikking van 23 Februari 1935.

Sluiten