Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standigheden, ter beoordeel] ng van Onzen Minister, aanleiding bestaat. De hoogere kosten, welke voortvloeien uit het onderzoek op een andere plaats dan in de lokaliteiten van het Consultatiebureau of door een anderen Consultatiebureau-arts, als in het tweede lid van artikel 3 bedoeld, zoowel als de kosten van het eventueel bij wonen van het onderzoek door een arts naar eigen verkiezing komen voor rekening van den belanghebbende.

5. Onder „woonplaats” wordt in dit artikel en de artikelen 3 en 4 verstaan de plaats, waarin de inrichting van onderwijs, waaraan de belanghebbende is verbonden, is gelegen, of de plaats, waar hij metterwoon is gevestigd, ingeval hij aan geen of aan meer dan één inrichting van onderwijs is verbonden, die niet in dezelfde plaats zijn gelegen.

6. De uitbetaling van de vergoeding aan den belanghebbende wordt door Onzen Minister geregeld.

16. 1. Het in artikel 6 der wet bedoeld verlof tot herstel wordt aan hem, die aan een inrichting van onderwijs in vasten dienst verbonden is, of die aan een inrichting van onderwijs in tijdelijken dienst voor één jaar of langer werkzaam is gesteld, onder goedkeuring van Onzen Minister voor niet langer dan twee achtereenvolgende jaren verleend met behoud van de volle bezoldiging.

2. Zoodanig verlof kan, onder nadere goedkeuring van Onzen Minister, worden verlengd, mits het met inbegrip van het in het eerste lid bedoeld verlof voor niet langer dan drie achtereenvolgende jaren wordt verleend.

3. Onze Minister verleent deze goedkeuring of nadere goedkeuring op door hem in het belang van het herstel te stellen voorwaarden, op advies van den Inspecteur.

4. Voor het personeel van inrichtingen van onderwijs, welke slechts een gedeelte van het jaar zijn geopend, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid in plaats van „jaren” gelezen: jaarlijksche tijdvakken, gedurende welke onderwijs, wordt gegeven.

17. Onverminderd het bepaalde in het vorig artikel behoudt hij, die ingevolge de wet niet tot een inrichting van onderwijs mag worden toegelaten, tot aan het tijdstip, waarop zijn

Sluiten