Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vierde lid, der Nijverheidsonderwijswet, zooals deze besluiten sindsdien zijn gewijzigd, vervallen, met dien verstande, dat deze artikelen worden geacht van toepassing te blijven op degenen, aan wie bij het inwerkingtreden van dit besluit krachtens die artikelen verlof tot herstel is verleend.

2. Aan artikel 2 van Ons besluit van 29 Januari 1924, Staatsblad n°. 23, zooals dit besluit sindsdien is gewijzigd, wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende als volgt:

5. Dit artikel is niet van toepassing in gevallen, waarin bij Ons besluit van 15 Januari 1935, Staatsblad n°. 14, is voorzien.

3. Aan artikel 30 van Ons besluit van 31 Mei 1926, Staatsblad n°. 159, zooals dit besluit sindsdien is gewijzigd, wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende als volgt:

4. Dit artikel is niet van toepassing in gevallen, waarin bij Ons besluit van 15 Januari 1935, Staatsblad n°. 14, is voorzien.

29. Dit besluit treedt in werking op den tweeden dag na de dagteekening van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Ministers van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en van Sociale Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State en aan de Algemeene Rekenkamer.

’s-Gravenhage, den 15den Januari 1935.

WILHELMINA.

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Marchant.

De Minister van Sociale Zaken, J. R. Slotemaker de Bruïne.

(Uitgeg. 25 Jan. 1935.)

Sluiten