Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgerust overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van dit verdrag en als zoodanig is aangewezen door het in het Land bevoegd gezag.

IV. Onder het woord bemanning wordt verstaan ieder persoon, die aan boord werk doet met betrekking tot het besturen of de veiligheid van het vliegen van het luchtvaartuig, of ieder persoon, die aan boord op de een of andere manier gebruikt wordt voor den dienst van het luchtvaartuig, van de reizigers of van de lading.

V. Het woord lering duidt aan een nauwkeurig bepaald deel van een gebied, zooals een provincie, een gouvernement, een district, een departement, een kanton, een eiland, een gemeente, een stad, een stadswijk, een dorp, een haven, een agglomeratie, enz., onverschillig welke de uitgestrektheid en de bevolking van deze deelen van een gebied zijn.

Een luchtvaartterrein kan, onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 8 van dit verdrag, een kring uitmaken.

VI. Het woord waarneming beteekent afzondering der personen in een daartoe geeigende ruimte.

Het woord toezicht beteekent, dat de personen niet worden afgezonderd, dat zij zich vrijelijk mogen verplaatsen, maar dat op hen de aandacht wordt gevestigd van het met de gezondheidszorg belaste gezag in de verschillende plaatsen, waarheen zij zich begeven, en dat zij onderworpen worden aan een geneeskundig onderzoek naar hun gezondheidstoestand.

VII. Het woord dag beteekent een tijdruimte van vier en twintig uur.

Art. 2. Al wat in dit verdrag op luchtvaartterreinen betrekking heeft moet worden verstaan als mutatis mutandis ook van toepassing te zijn op plaatsen voor het landen van watervliegtuigen en soortgelijke toestellen.

Afdeeling I.

Van de luchtvaartterreinen in het algemeen en van hun personeel.

Art. 3. Elke van de Hooge Verdragsluitende Partijen verbindt zich zijn goedgekeurde luchtvaartterreinen te voorzien van een ge-

Sluiten