Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elke vertraging en om de voortzetting van de reis niet te belemmeren, moeten plaats hebben tegelijk met de gebruikelijke politie- en douanewerkzaamheden. Het mag geen aanleiding geven tot het heffen van eenige rechten. Voorbehoud wordt gemaakt ten aanzien van het recht van den Egyptischen Gezondheids- Zee- en Quarantaineraad om de rechten te innen, die in zijn bijzonder regime voorzien zijn.

Art. 13. Het bevoegd gezag van elk luchtvaartterrein heeft, behoudens het vervoer van zieken met een in het bijzonder voor hen bestemd lucht vaartuig, het recht, op advies van den aan het luchtvaartterrein verbonden geneeskundige, de inscheping te verbieden van personen, die verschijnselen van besmettelijke ziekten vertoonen.

Indien geen geneeskundige aanwezig is, kan het bevoegd gezag van het luchtvaartterrein het vertrek van genoemde personen uitstellen, totdat te hunnen aanzien het advies van een geneeskundige is ingewonnen.

Art. 14. Het is den luchtvaartuigen verboden gedurende de vlucht stoffen uit te werpen of te laten vallen, die in staat zijn het uitbreken van besmettelijke ziekten teweeg te brengen.

Art. 15. Als de gezagvoerder van het luchtvaartuig een zieke heeft te ontschepen, moet hij daarvan, zooveel mogelijk, tijdig vóór de landing kennisgeven aan het luchtvaartterrein van aankomst.

Art. 16. Indien zich aan boord van een luchtvaartuig een door den geneeskundige van het luchtvaartterrein vastgesteld geval van een besmettelijke ziekte voordoet, die niet genoemd is in het Derde Deel van dit Verdrag, worden de gewone maatregelen toegepast, die van kracht zijn in het land. waarin het luchtvaartterrein gelegen is. De zieke mag worden ontscheept en, indien het bevoegd gezag van den gezondheidsdienst het van pas oordeelt, afgezonderd worden in een daartoe geeigend lokaal; de overige reizigers en de bemanning mogen, na geneeskundig onderzoek en, als er aanleiding toe is, na toepassing van de geëigende sanitaire maatregelen, de reis hervatten.

Sluiten