Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. Pest.

Art. 27. Indien zich aan boord geen geval van pest heeft voorgedaan, kunnen uitsluitend de volgende maatregelen worden voorgeschreven :

1°. geneeskundig onderzoek van de reizigers en de bemanning;

2°. ontratting en verdelging van insecten in die zeldzame gevallen, dat die maatregelen noodig geoordeeld mochten worden, en indien deze nog niet waren toegepast op het luchtvaartterrein van vertrek;

3°. de bemanning en de reizigers mogen worden onderworpen aan een toezicht van niet meer dan zes dagen, te rekenen van den dag af, waarop het luchtvaartuig den besmetten kring heeft verlaten.

Art. 28. Indien zich aan boord een bewezen of een verdacht geval van pest voordoet, worden de volgende maatregelen toegepast:

1°. geneeskundig onderzoek;

2°. de zieke wordt onverwijld ontscheept en afgezonderd;

3°. alle personen, die met den zieke in aanraking zijn geweest en die personen, welke door het met de gezondheidszorg belast gezag als verdacht kunnen worden beschouwd, worden onderworpen aan toezicht voor een tijdsverloop, dat zes dagen, te rekenen van het tijdstip van aankomst van het luchtvaartuig, niet te boven gaat;

4°. de gebruiksvoorwerpen, het linnengoed en alle overige voorwerpen, die op grond van het oordeel van het met de gezondheidszorg belast gezag als besmet worden beschouwd, worden gezuiverd van insecten en, als er aanleiding toe is, ontsmet;

5°. de verdachte gedeelten van het luchtvaartuig worden gezuiverd van insecten;

6°. het met de gezondheidszorg belast gezag kan in buitengewone gevallen ontratting toepassen, indien er reden is om de aanwezigheid van ratten aan boord te veronderstellen en bij het vertrek geen ontratting heeft plaats gehad.

Art. 29. Zoo het gezag van meening is, dat koopwaren, afkomstig uit een met pest besmetten kring, ratten of vlooien kunnen be-

Sluiten