Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij houdt daarbij rekening met artikel 10 en artikel 11 van het Internationaal Sanitair Verdrag van 21 Juni 1926 (Staatsblad 1930, n°. 325).

3. Bij algemeenen maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen, waarin lucht vaartuigen, met afwijking van het bepaalde in het eerste lid, niet aan een gezondheidsonderzoek worden onderworpen.1 11

3. 1. De geneeskundige, verbonden aan een luchtvaartterrein, is bevoegd — hetzij vóór het vertrek, hetzij na de landing van een luchtvaartuig -— naar den gezondheidstoestand van de reizigers en de bemanning een onderzoek in te stellen, indien de omstandigheden dezen maatregel rechtvaardigen. Dit onderzoek, dat geen aanleiding mag geven tot het heffen van eenige rechten, zal, ter vermijding van elke vertraging, en om de voortzetting van de reis niet te belemmeren, moeten plaats hebben tegelijk met de gebruikelijke politie- en douanewerkzaamheden.

2. Het bevoegd gezag op het luchtvaartterrein waakt er voor, dat, behoudens het vervoer van zieken met een in het bijzonder voor hen bestemd luchtvaartuig, personen, die verschijnselen vertoonen van een besmettelijke ziekte, genoemd in den algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 1 van de Besmettelijke-Ziektenwet (Staatsblad 1928, n°. 265), niet dan na gunstig advies van den aan het luchtvaartterrein verbonden geneeskundige in een luchtvaartuig worden ingescheept. Indien die geneeskundige niet aanwezig is, moet het bevoegd gezag op het luchtvaartterrein het vertrek van bedoelde personen uitstellen, totdat te hunnen aanzien diens advies, dan wel dat van een anderen geneeskundige is ingewonnen.

4. 1. De ziekten, in het eerste lid van artikel 2 bedoeld, zijn: pest, cholera, gele koorts, vlektyphus en pokken.

2. Bij algemeenen maatregel van bestuur kan deze wet ook van toepassing verklaard worden op andere dan de in het eerste lid genoemde ziekten. Die maatregel is niet langer verbindende dan gedurende een jaar na zijne afkondiging, tenzij hij binnen dat tijdperk door de wet bekrachtigd zij.

1 Zie het op blz. 284 opgenomen besluit van

11 Februari 1936, S. 840.

Sluiten