Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 29 November 1935 (Staatsblad n°. 685);

b. de rijksbijdrage wordt telkenjare opnieuw vastgesteld over het afgeloopen jaar aan de hand van een daartoe door het bestuur der gemeente in te dienen opgave, welke moet voldoen aan door Onzen Minister in het algemeen of voor ieder geval afzonderlijk te stellen eischen; deze opgave moet worden ingediend vóór 1 Juni van het jaar volgende op dat, waarin het wachtgeld wordt betaald;

c. als maatstaf voor dat deel van het wachtgeld, waarin een rijksbijdrage zal worden verleend, zal worden aangenomen het gemiddelde loonbedrag, dat over de jaren 1933, 1934 en 1935 in aanmerking is genomen als verwerkt bij de ontsmettingen wegens het voorkomen van A en B ziekten.

2. Ten aanzien van de rijksbijdrage in kosten voor de kapitaalsuitgave gelden de navolgende regels:

a. als basis voor de berekening van het bedrag, hetwelk voor rijksbijdrage in aanmerking komt, zal worden genomen het gemiddeld aantal ontsmettingen in de jaren 1933, 1934 en 1935, uitgevoerd wegens het voorkomen en A en B ziekten, in verhouding tot het gemiddeld totaal aantal ontsmettingen, in die jaren uitgevoerd;

b. volgens de onder a bedoelde verhouding zal een bijdrage van 50 °/o worden verleend in het gemiddeld bedrag, dat over de jaren 1933, 1934 en 1935 als jaarlijksche lasten voor kapitaalsuitgaven in aanmerking is genomen voor een rijksbijdrage in de ontsmettingskosten;

c. aanvragen om toekenning van een bijdrage, als onder b bedoeld, die later dan 1 Juni van het jaar, volgende op dat, waarop de aanvrage betrekking heeft, worden ingediend blijven buiten beschikking.

Art. XII. Dit besluit treedt in werking met ingang van den tweeden dag na dien der dagteekening van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Art. XIII. Op den in artikel XII bedoelden dag treedt tevens in werking Afdeeling 8, paragraaf 54, van de Wet van 29 November 1935 (Staatsblad n°. 685).

Onze Ministers van Sociale Zaken en van Binnenlandsche Zaken zijn belast met de uit-, voering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Baad van State.

Het Loo, den 30sten Juni 1936.

WILHELMINA.

De Minister van Sociale Zaken, M. Slingenberg.

De Minister van Binnenlandsche Zaken,

J. A. d e W i 1 d e.

(Uitgeg. 17 luli 1936.)

Sluiten