Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zakelijk aangewezen gemeentelijke ontsmet- \ tingsdienst kan op een daartoe strekkende j aanvrage van het bestuur van de gemeente, I die den dienst beheert, door Onzen Ministei 1 op door hem te stellen voorwaarden worden 1 toegelaten, indien blijkens een ingesteld on- I derzoek de ontsmettingsoven voldoet aan re | delijke eischen, die de deugdelijkheid van de I door den dienst te verrichten ontsmettingen 1 waarborgen.

6. De aanwijzing als noodzakelijk van een 1 gemeentelijken ontsmettingsdienst wordt door I Onzen Minister ingetrokken, wanneer de dienst ] niet meer noodzakelijk wordt geacht, of wan-1 neer de deugdelijkheid van de ontsmettingen j niet meer voldoende gewaarborgd is.

7. De toelating van een gemeentelijken! ontsmettingsdienst wordt door Onzen Minister j ingetrokken, wanneer de deugdelijkheid van * de ontsmettingen niet meer voldoende gewaar- j borgd is.

III. Aan artikel 22 worden twee nieuwe ] leden toegevoegd, welke luiden als volgt:

3. Een niet door Onzen Minister als nood-j zakelijk aangewezen ontsmettingsdienst vanj een vereeniging kan op een daartoe strekken-1 de aanvrage van het bestuur van de vereeni-1 ging, die den dienst beheert, door Onzen Mi-j nister op door hem te stellen voorwaardenj worden toegelaten, indien blijkens een inge-j steld onderzoek de ontsmettingsoven voldoet: aan redelijke eischen, die de deugdelijkheid van de door den dienst te verrichten ontsmettingen waarborgen.

4. Het bepaalde in het zesde en zevende

lid van artikel 20 is van overeenkomstige toepassing op den ontsmettingsdienst van een vereeniging. _

2. In de wet van 6 Mei 1922, Staatsblad N°. 272, tot toepassing van middelen voor ontsmettings- of zuiveringsdoeleinden, zooals die wet is gewijzigd bij de wet van 29 Juni 1925, Staatsblad N°. 308 (tot invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering), wordt de volgende wijziging aangebracht:

In artikel 2, derde lid, wordt in plaats van „voor haar ontsmettingsdienst een Rijksbydrage ontvangen op den voet van artikel 5b of artikel 5c van de wet van 4 December 1872 (Staatsblad N°. 134)” gelezen: een ontsmettingsdienst beheeren, welke als noodzakelijk is aangewezen of welke is toegelaten.

3. Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag.

Lasten en bevelen, enz.; _ ,

Gegeven te Amsterdam, den 3den December 1937

WILHELMINA.

De Minister van Sociale Zaken,

C. P. M. R o m m e.

(Uitgeg. 24 December 1937.)

Sluiten