Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S. & j. N°. 26, 3e druk.

ACHTSTE AANVULLING

DER

wetten houdende voorzieningen tegen besmettelijke ziekten.

WET van 22 December 1939,~S. 805, tot vaststelling van nieuwe bepalingen betreffende de inenting tegen pokken (Inentingswet 1939)»

Zie omtrent deze wet:

Bijl. Hand. 2e Kamer 193811939, n°. 431;

19391*94°; n° • 75•

Hand. idem 1939I1940, blz. 246—263.

Bijl. Hand. ie Kamer 1939I1940, n°. 75.

Hand. idem 1939/1940, blz. 97—101.

Wij WILHELMINA, enz... doen te weten:

Alzoo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenschelijk is de inenting tegen pokken van kinderen beneden den leeftijd van twee jaren te bevorderen en dat te dien einde nieuwe bepalingen dienen te worden vastgesteld;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State, enz.

Art. 1. Hij, die de ouderlijke macht of de voogdij uitoefent over een kind, is verplicht, voordat het kind den leeftijd van één jaar heeft bereikt, het bewijs te leveren, dat het kind met inachtneming van het bij of krachtens deze wet bepaalde tegen pokken werd ingeënt, of een door hem onderteekende verklaring over te leggen, houdende de reden, waarom zoodanige inenting achterwege wordt gelaten.

2. De burgemeester zendt aan ieder, die de ouderlijke macht of de voogdij uitoefent over een in het bevolkingsregister der gemeente ingeschreven kind, in de maand, waarin het kind den leeftijd van vier maanden bereikt, een bericht, waarbij op de in artikel 1 bedoelde verplichting wordt gewezen.

3. Het bewijs van de inenting, bedoeld in artikel 1, wordt geleverd door overlegging aan den burgemeester van de gemeente, in welker bevolkingsregister het kind staat ingeschreven, van een verklaring van den geneeskundige, die de inenting verrichtte, dat deze plaats had.

4. 1. De verklaring, bedoeld in artikel 1, wordt overgelegd aan den burgemeester

Sluiten