Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de gemeente in welker bevolkingsregister het kind staat ingeschreven.

2. De burgemeester reikt onverwijld aan hem, die de verklaring overlegt, een bewijs van ontvangst uit.

5. i. De burgemeester roept dengene, die een verklaring heeft overgelegd, als bedoeld in artikel z, op om te verschijnen voor hem — of een door hem aan te wijzen ambtenaar — en een door hem aan te wijzen geneeskundige ter bespreking zijner verklaring. Deze oproeping kan, ter beoordeeling van den burgemeester, achterwege blijven, indien de in de verklaring vermelde reden geheel of gedeeltelijk van geneeskundigen aard is en tevens is overgelegd een verklaring van een geneeskundige, met wien over de vraag van de inenting overleg is gepleegd, waarbij deze dit overleg bevestigt.

2. Overeenkomstige oproeping om te verschijnen heeft plaats van dengene, die niet heeft voldaan aan de verplichting van artikel i.

3. Van de verschijning, in de voorgaande leden bedoeld, wordt een acte opgemaakt, welke door den burgemeester — of den door hem aangewezen ambtenaar —, den door hem aangewezen geneeskundige en den comparant wordt onderteekend.

4. Verschijnt de opgeroepene niet, dan wordt hiervan een acte opgemaakt, welke door den burgemeester — of den door hem aangewezen ambtenaar — en den door hem aangewezen geneeskundige wordt onderteekend.

6. 1. Ten aanzien van dengene, die is ingeschreven in het bevolkingsregister van een andere gemeente, dan waar het kind, waarover hij de ouderlijke macht of de voogdij uitoefent, is ingeschreven, treedt, voor de toepassing van de artikelen 3, 4 en 5, de burgemeester van eerstbedoelde gemeente in de plaats van den burgemeester van de gemeente, in welker bevolkingsregister het kind staat ingeschreven.

2. Ten aanzien van hen, die zijn ingeschreven in het centraal bevolkingsregister, stellen Wij regelen vast bij algemeenen maatregel van bestuur.

7. 1. Hij, die, voordat het kind, waarover hij de ouderlijke macht of de voogdij uitoefent, den leeftijd van één jaar heeft bereikt, niet levert het bewijs van de inenting tegen pokken, bedoeld in artikel 3, noch overlegt een verklaring, als bedoeld in artikel 4, alsmede hij, die geen gevolg geeft aan een oproeping, als bedoeld in artikel 5, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van ten hoogste honderd gulden.

Sluiten