Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Indien het kind staat onder voogdij van een vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid, geldt het in het vorige lid bepaalde voor de bestuurders van die vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid.

3. De in dit artikel strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

4. Hij, die geen gevolg heeft gegeven aan een oproeping, als bedoeld in artikel 5, is niet strafbaar, indien blijkt, dat hij een geldige reden van verhindering heeft gehad.

8. In elke gemeente wordt door de zorg van het gemeentebestuur minstens eenmaal in elke drie maanden gelegenheid gegeven tot kostelooze inenting en herinenting. Onze Minister, belast met de uitvoering van deze wet, kan, indien één of meer gevallen van variola major (pokken) of van variola minor (alastrim) zich voordoen, of indien in eenig deel des lands gevaar voor overbrenging van deze ziekten bestaat, bepalen, dat in door hem aan te wijzen gemeenten gedurende een door hem vast te stellen tijd die gelegenheid dagelijks moet worden gegeven, aan welk voorschrift door de zorg van het gemeentebestuur onverwijld wordt voldaan. Tijd en plaats voor de inènting wordt bij openbare aankondiging ter algemeene kennis gebracht.

. 1 ■ Zoodra een of meer gevallen van

variola major (pokken) of van variola minor (alastrim) zijn waargenomen, is onze Minister, belast met de uitvoering van deze wet, bevoegd:

1 . te verbieden, dat in een gemeente, een deel van een gemeente of een groep van gemeenten leerlingen, onderwijzers, onderwijzeressen, leeraren, leeraressen of andere personen tot de scholen worden toegelaten, tenzij is of wordt overgelegd de verklaring van een geneeskundige, dat zij met goed gevolg of meer dan eens de inenting tegen pokken hebben ondergaan of aan variola major of minor hebben geleden;

2 te gelasten, dat scholen gesloten worden, een tn ander boven en behalve hetgeen is bepaald in de Besmettelijke-Ziektenwet (Staatsblad 1928, n°. 263).

2. Het verbod, bedoeld onder i' en het gebod, bedoeld onder a° van het vorige lid, worden ingetrokken, zoodra het gevaar voor de ziekte geweken is.

3- Het hoofd van een school, dat in strijd met een verbod of een gebod, als bedoeld in lid t, 1 of a°, iemand tot de school toelaat, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste duizend gulden. Het feit wordt beschouwd als een overtreding.

10. 1. Bij algemeenen maatregel van

bestuur stellen Wij vast den vorm der be-

Sluiten