Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens de bij dit besluit behoorende modellen Nos. 2a, 2b, 2C, 2d en 2e en afgegeven op de wijze, als door Onzen Minister nader bepaald.

2. Een duplicaat van deze verklaringen wordt door den geneeskundige bewaard, en ui terlijk één maand na het einde van het jaar, waarin de verrichting of behandeling, daarbij vermeld, plaats had, aan het gemeentebestuur gezonden.

10. De verklaring, houdende de reden, waarom de inenting achterwege wordt gelaten, bedoeld in artikel 4, ie lid, der Wet, alsmede die van een geneeskundige, dat omtrent de vraag van de inenting met hem overleg is gepleegd, bedoeld in artikel 5, ie lid, der Wet, worden opgemaakt volgens het bij dit besluit behoorende model No. 3.

11. Het bewijs van ontvangst eener verklaring, houdende de reden, waarom de inenting achterwege wordt gelaten, bedoeld in artikel 4, 2e lid, der Wet, wordt opgemaakt volgens het bij dit besluit behoorende model No. 4.

12. De in artikel 5, ie lid, der Wet bedoelde oproeping van dengene, die een verklaring, als bedoeld in artikel 1 der Wet, heeft overgelegd, wordt opgemaakt volgens het bij dit besluit behoorende model No. 5.

13. De in artikel 5, 2e lid, der Wet bedoelde oproeping van dengene, die niet heeft voldaan aan de verplichting van artikel 1 der Wet, wordt opgemaakt volgens het bij dit besluit behoorend model No. 6.

14:- De acte van verschijning, bedoeld in artikel 5, 3e lid, der Wet, wordt opgemaakt volgens de bij dit besluit behoorende modellen Nos. 7a en jb.

15. De acte van niet-verschijning, bedoeld in artikel 5, 4e lid, der Wet, wordt opgemaakt volgens het bij dit besluit behoorende model No. 8.

16. Bescheiden, niet opgemaakt volgens een der bij de artikelen 8—15 vastgestelde modellen, zijn, behoudens het bepaalde bij de artikelen 17 en 24, niet geldig.

17. 1. Ten aanzien van buiten het Rijk in Europa verrichte inentingen wordt, voor de toepassing van artikel 3 der Wet, de verklaring van een geneeskundige, dat hij de inenting verrichtte, gelijkgesteld met de verklaring, opgemaakt volgens het in artikel 10 bedoelde model 2a.

2. Voor de toepassing van artikel 9 der Wet wordt de verklaring van een geneeskundige buiten het Rijk in Europa met die, opgemaakt volgens de in artikel 10 bedoelde modellen 2b, 2c en 2d, gelijkgesteld, mits daaruit duidelijk blijkt, dat de door den geneeskundige genoemde persoon de inenting

Sluiten