Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met goed gevolg of meer dan eens heeft ondergaan, dan wel aan variola major of minor heeft geleden.

18. Met de verklaringen, bedoeld in de artikelen g en 17, worden gelijkgesteld afschriften ervan, door den secretaris der gemeente of de buiten het Rijk in Europa bevoegde autoriteit voor overeenkomstig het oorspronkelijke geteekend.

19. 1. De burgemeester zendt de ter voldoening aan artikel 3 der Wet aan hem overgelegde verklaringen aan de afzenders terug.

2. Van de verzending van het bericht, bedoeld in artikel 2 der Wet, alsmede van de verklaringen en acten, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 der Wet, wordt aanteekening gehouden op de wijze, door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, in overleg met Onzen Minister van Sociale Zaken te bepalen.

20. 1. Wanneer Onze Minister overeenkomstig artikel 9 der Wet een verbod als bedoeld in het eerste lid, onder 1, van dat artikel heeft uitgevaardigd, is het hoofd van elke school, zoolang het verbod van kracht is, verplicht een register aan te houden, bevattende de namen der leerkrachten, die aan de school zijn of worden verbonden, en van de leerlingen, die de school op dat tijdstip bezoeken en daarna tot de school worden toegelaten, met aanteekening van den aard der verklaring betreffende de inenting, die zij hebben ingeleverd. Eveneens wordt door hem een register gehouden van de namen van leerkrachten en leerlingen, wien op grond van het bepaalde in genoemd wetsartikel de toelating tot de school wordt ontzegd.

2. De registers worden ingericht volgens een door Onzen Minister vastgesteld model, en worden op door hem bepaalde tijdstippen door het hoofd der school ingezonden aan den burgemeester der gemeente, waar de school gevestigd is. De burgemeester handelt daarmede overeenkomstig het daaromtrent nader door Onzen Minister bepaalde.

3. Na terugontvangst van de registers worden deze door het hoofd der school bewaard, totdat alle daarop vermelde personen de school hebben verlaten, dan wel het verbod is ingetrokken.

21. 1. Bezoeken de in artikel 9, ie lid, onder 1, der Wet, bedoelde personen meer dan één school, dan worden de aldaar bedoelde verklaringen overgelegd aan het hoofd van een der scholen, en geeft dit hoofd aan deze personen een door hem onderteekend en gedagteekend bewijs van ontvangst af, hetwelk tegenover de hoofden van de

Sluiten