Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere scholen de kracht van de verklaring heeft.

2. Het in lid i bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van leerlingen, die, bij gebreke van een vaste woonplaats hunner ouders of voogden, scholen in verschillende gemeenten bezoeken, met dien verstande, dat in dit geval de verklaring berust bij het hoofd der school, waar de leerling het eerste onderwijs genoten heeft.

22. Het hoofd der school geeft de ter voldoening aan het bepaalde bij artikel 9, ie lid, onder 1, der Wet overgelegde verklaring, behoudens het bepaalde in het voorgaande artikel, aan den belanghebbende terug, wanneer deze de school verlaat.

23. Het hoofd der school vertoont, desgevraagd, de hem ter voldoening aan het bepaalde bij artikel 9, ie lid, onder 1, der Wet overgelegde verklaringen aan den burgemeester of dengene, die hem vervangt, aan de leden van het schooltoezicht en aan de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid.

24. Verklaringen van geneeskundigen betreffende de inenting, of inhoudende, dat een persoon aan variola major (pokken) of variola minor (alastrim) heeft geleden, welke vóór het inwerkingtreden der Inentingswet 1939 geldig waren overeenkomstig de op dat tijdstip bestaande bepalingen, worden met de overeenkomstige verklaringen, af gegeven op grond van genoemde Wet, gelijkgesteld.

25. Ons besluit van 17 Januari 1930 Staatsblad No. 16, laatstelijk gewijzigd bij Ons besluit van 8 Januari 1938, Staatsblad No. 841, vervalt.

26. Dit besluit treedt in werking met ingang van den tweeden dag na dien van zijn afkondiging.

Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

’s-Gravenhage, den 12 den April 1940.

WILHELMINA.

De Minister van Sociale Zaken,

J. van den Tempel.

(Uitgeé• 24 April 1940.)

Sluiten