Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn ouderlijke macht

staand kind ,

haar voogdij

geboren ingeschreven in het

bevolkingsregister der gemeente

centraal bevolkingsregister wordt achterwege gelaten.

den 19

Behoort bij Koninklijk Besluit van 12 April 1940 (Staatsblad No. 844).

Mij bekend,

De Minister van Sociale Zaken,

J. van den Tempel.

Model No. 6.

(Art. 5, 2e lid Inentingswet 1939.)

Ondergeteekende, burgemeester der gemeente roept U, ingevolge ar¬

tikel 5, 2e lid, van de Inentingswet 1939» °P

om op den 19...

te uur, te verschijnen voor hem — of

een door hem aan te wijzen ambtenaar —■ en een door hem aan te wijzen geneeskundige,

(plaats), aangezien U noch

het bewijs van inenting van het onder Uw ouderlijke macht

■ staande kind

voogdij

geboren noch een verkla¬

ring aangevende waarom U de inenting achterwege laat, hebt overgelegd.

den 19

Zie ommezijde

Art. 7 der Inentingswet 1989.

1 hij, die geen gevolg

geeft aan een oproeping, als bedoeld in artikel 5, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van ten hoogste honderd gulden.

2. Indien het kind staat onder voogdij van een vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid, geldt het in het vorige lid bepaalde voor de bestuurders van die vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid.

3. De in dit artikel strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

4. Hij, die geen gevolg heeft gegeven aan een oproeping, als bedoeld in artikel 5, is niet strafbaar, indien blijkt, dat hij een geldige reden tot verhindering heeft gehad.

Behoort bij Koninklijk Besluit van 12 April 1940 (Staatsblad No. 844).

Mij bekend,

De Minister van Sociale Zaken,

J. van den Tempel.

Sluiten