Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESLUIT van den Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken van 25 Juli 1940, betreffende de inenting tegen typhus en paratyphus. (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, nr. 82/1940, S. nr. S.801.)

Op grond van § 1 der Verordening No. 23/1940 en in overeenstemming met §§ 2 en 3 der Verordening No. 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied wordt bepaald:

Artikel i. (i) De geneeskundig Inspecteur van de Volksgezondheid kan bepalen, dat de bevolking van een door hem aan te wijzen gemeente in zijn ambtsgebied verplicht is zich binnen een door hem te bepalen termijn te doen inenten tegen typhus en paratyphus (typheuze vorm en gastro-enteritische vorm).

(2) De bevolking eener gemeente wordt geacht te bestaan uit hen, die zijn opgenomen in het bevolkingsregister der gemeente.

(3) De geneeskundig Inspecteur kan bepalen, dat

x) de in lid 1 bedoelde verplichting niet geldt ten aanzien van hen, die in een door hem aan te wijzen gedeelte der gemeente wonen;

2) de in lid 1 bedoelde verplichting eveneens geldt ten aanzien van door hem aan te wijzen personen of groepen van personen, die in de gemeente verblijven en niet in het bevolkingsregister zijn opgenomen.

(4) De in lid 1 bedoelde verplichting geldt niet:

1) voor personen, die op den dag der aanwijzing, bedoeld in lid x, den leeftijd van zes jaren niet hebben bereikt;

2) voor personen, die op grond van geneeskundige of godsdienstige motieven overwegende bezwaren tegen de inenting hebben;

3) voor personen, die in het bezit zijn van een verklaring van een geneeskundige, waaruit blijkt, dat zij binnen één jaar vóór den dag der aanwijzing, bedoeld in lid 1, zijn ingeënt.

Artikel 2. De geneeskundig Inspecteur van de Volksgezondheid doet van een aanwijzing, als bedoeld in artikel 1, lid 1, alsmede van aanwijzingen, als bedoeld in artikel 1, lid 3, onder 1 en 2, terstond mededeeling aan den Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken en aan den burgemeester der aangewezen gemeente. Deze draagt onverwijld voor publicatie in de gemeente op de meest doelmatige wijze zorg.

Artikel 3. (1) Van een aanwijzing, als

bedoeld in artikel 1, lid 1, kan de burgemeester der aangewezen gemeente binnen zeven dagen na den dag der aanwijzing in beroep

Sluiten