Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ofschoon mijn ambtgenoot van Sociale Zaken zich ter zake van de bewaring der uit de Inentingswet 1939 voortvloeiende bescheiden, nog nader wil beraden, meen ik U, met instemming van dien ambtgenoot, in overweging te moeten geven, de afschriften van het bericht, bedoeld in artikel 2 en van de oproepingen, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid der Inentingswet, alsmede alle verklaringen, bewijzen, akten en andere bescheiden, voortvloeiende uit de toepassing dier wet en de daarop gegronde uitvoeringsvoorschriften, zorgvuldig ter secretarie te bewaren. De bewaring dier bescheiden kan, naar het mij voorkomt, voor ieder kind afzonderlijk plaats hebben in een eenvoadigen omslag met vier kleppen, voorzien van het opschrift „Inentingswet 1939” en van een formaat, als bedoeld bij de artikelen 131 en 132 van de Handleiding Bevolkingsboekhouding.

Deze omslagen waren dan te voorzien van geslachtsnaam, voornamen en dag, maand en jaar van geboorte van het kind. De rangschikking kan het best in alphabetischlexicografische volgorde van de geslachtsen voornamen geschieden.

De vraag, of deze omslagen ter secretarie der geboortegemeente, of van die der woongemeente bewaard moeten worden, is eveneens bij mijn voornoemden ambtgenoot in nadere overweging.

In afwachting van de definitieve regeling ter zake zullen de bescheiden in de geboortegemeente moeten blijven berusten.

Ik verzoek U aan deze aanwijzingen en aanbevelingen zooveel mogelijk gevolg te doen geven.

De Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departemen van Binnenlandschee Zaken,

L. L. Franx, l. S.-G.

Bijlage I.

Departement van Binnenlandsche Zaken.

N°. 19426.

Afdeeling :

Binnenlandsch Bestuur.

’s-Gravenhage, 9 Aug. 1940.

De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken;

Gelet op par. 3, lid 2, der Verordening n°. 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied en op de artikelen 7, tweede lid, erj 19, tweede lid, van het Koninklijk besluit van 12 April 1940, Staatsblad n°. 844, tot uitvoering der Inentingswet 1939;

Bepaalt, in overleg met den SecretarisGeneraal van het Departement van Sociale Zaken, als volgt:

Sluiten