Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S. & J. N°. 26, 3e druk.

TWAALFDE AANVULLING

DER

wetten houdende voorzieningen tegen besmettelijke ziekten.

BESCHIKKING van den Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Sociale Zaken van 28 November 1940, No. 2211 H/doss. 26, Afdeeling Volksgezondheid, ter uitvoering van de Inentingswet 1939. (Ned. Stct. 1940, nr. 235.)

De waarnemend Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Sociale Zaken;

Gelet op de artikelen 3, 5, 9 en 20 van het Koninklijk besluit van 12 April 1940, Staatsblad No. 844, tot uitvoering van de Inentingswet 1939;

Heeft, in overeenstemming met § 1 der Verordening No. 23/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, goedgevonden, ter uitvoering van het bepaalde in voomoemd Koninklijk besluit, de volgende regelen vast te stellen:

Artikel i.

1. De entstof mag door den geneeskundige niet langer dan een week na den datum van ontvangst worden gebruikt en moet op een koele en donkere plaats bewaard worden.

2- De entstof moet worden gebruikt, zooals zij door de inrichting of den handelaar is afgeleverd.

Artikel 2.

r. De geneeskundige neemt bij de behandeling der entstof en bij de inenting de noodige voorzorgen in acht.

2* draagt in het bijzonder zorg voor de reiniging, voor zoover noodig, van het entveld — die bij voorkeur niet met alcohol moet geschieden —, alsook voor de ontsmetting van het instrument, waarmede de inenting wordt verricht.

Artikel 3.

1. Bij de inenting worden drie schrapjes, van ongeveer een halven centimeter lengte en ten minste twee centimeters van elkander verwijderd, in de huid van het entveld eemaakt.

Sluiten