Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Als goed gevolg van de inenting wordt beschouwd de opkomst van ten minste één volledig ontwikkelde pokpuist.

Artikel 4.

1. De geneeskundige, die de inenting heeft verricht, overtuigt zich in elk geval tusschen den tienden en den dertienden dag na dien der inenting van het resultaat er van en geeft, bij voorkeur terstond na dit onderzoek, aan den gevaccineerde of aan hem of haar, die den gevaccineerden minderjarige geleidt, een verklaring volgens een der bij het Koninklijk besluit van 12 April 1940, Staatsblad No. 844, behoorende modellen 2a, 2b en 2d af.

2. De geneeskundige, die een ingeënt persoon behandelt, doch de inenting niet zelf heeft verricht, geeft bij voorkeur terstond nadat hij zich heeft overtuigd van het resultaat daarvan, aan een der in het voorgaande lid genoemde personen een verklaring volgens het bij genoemd Koninklijk besluit behoorend model 2c af.

3. De geneeskundige, die een aan variola major of minor lijdende persoon heeft behandeld, geeft, bij voorkeur terstond nadat hij zich van de genezing van den lijder heeft overtuigd, aan dezen of aan hem of haar, die de ouderlijke macht of de voogdij over den lijder uitoefent, een verklaring volgens het bij genoemd Koninklijk besluit behoorend model 2 e af.

Artikel 5.

Om in aanmerking te komen voor het verkrijgen van een vergunning tot het afleveren van entstof tegen de pokken, als bedoeld in artikel 4 van het Koninklijk besluit van 12 April 1940, Staatsblad No. 844, moeten entstofinrichtingen voldoen aan de volgende regelen:

1. Aan de entstof inrichting zijn ten minste twee geneeskundigen verbonden, van wie één met de leiding van de inrichting is belast en de andere dezen zoo noodig vervangt. Aan de inrichting is tevens een veearts verbonden.

2. De lokalen der inrichting moet zijn ruim, luchtig, zindelijk, goed verlicht en voldoende verwarmd en worden niet dan met toestemming van den geneeskundig Inspecteur van de Volksgezondheid voor andere doeleinden gebruikt, dan waarvoor zij bestemd zijn.

3. Tenzij door den Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken anders wordt bepaald, wordt de voor inenting van den mensch bestemde entstof in de inrichting zelf gewonnen door voortplanting op kalveren of op andere voor het gewinnen

Sluiten