Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoekers zeggen vrij eenstemmig: op ongeveer tweederde van het werkuur werkt de onderbreking het gunstigst.

Stelt men pas gedurende de arbeid de pauze vast, dan zet men de deur open voor de verleiding, om moeilijkheden waarop men, door welke oorzaak dan ook, stoot, door even vrijaf te nemen aan kant te helpen; wat eigenlijk toch capituleren betekent. Men vlucht als het ware in de pauze, maar het is een schijnredding, of erger nog, want in de regel zal blijken, dat tijdens de rust de weerstanden en storingen eerder sterker dan zwakker worden, zó zelfs dat zij het weer-opnemen van het werk grotelijks bemoeilijken en vertragen; het eind van de geschiedenis is, dat men na de pauze nog hopelozer voor het obstakel zit dan er voor. Omgekeerd zal het wel eens voorkomen, dat men, door zich bij het begin reeds te binden, het werk moet onderbreken op een punt waar het geaachtenverloop het niet gewenst maakt, of op het ogenblik dat men juist zo aardig op gang begon te komen. Dit moge onprettig zijn en niet rationeel lijken, toch verdient het aanbeveling, zeker in den beginne, zich aan het eenmaal vastgestelde te houden. Later, als men de pauzetechniek heeft leren beheersen en de kunst verstaat, de storende werkingen die van de onderbreking uitstralen, onschadelijk te maken, is er niets tegen, met factoren als de genoemde rekening te houden door de pauze wat te verschuiven.

2. Daar het doel van de pauze ontspanning is, moet ze ook daarvoor gebruikt worden; dus om de spanning op te heffen en eventueel vermoeidheidsprodukten weg te ruimen. Wat men doet, doe men geheel: öf men werkt, maar dan ook geconcentreerd en met volle kracht, óf men ontspant zich, maar dan ook grondig.

Arbeid en pauze moeten daarom scherp van elkaar gescheiden worden en niet in elkaar overvloeien. Tijdens het werk de geest de vrije teugel te laten is even verkeerd als onder de pauze de hersens over arbeidsobjecten te doen doormalen.

Men schudde dus in de vrije ogenblikken alles af, make alle banden los. Men ga desverkiezend languit op de canapé liggen, roke pijp, sigaar of sigaret, als men trek heeft, lope wat heen en weer door kamer of gang, of ga voor het open raam staan en

Sluiten