is toegevoegd aan je favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfverzekerdheid, haar eigenwaan, is zij nog geen stukje verder in wijsheid gevorderd? Wanhoop ver¬

lamt haar nu. Dezelfde wanhoop om een leven van doellooze leegte, als in de dagen toen Alfred kwam om haar te verlossen. Maar hij verloste haar niet. Niemand kan een ander verlossen...

Daar klinkt een bel; de deur gaat open en Peggy ziet Anita binnenkomen.

„Ik was al dagen van plan je op te zoeken,' zegt zij met uitgestoken handen, „maar de tijd gaat zoo akelig vlug, nu... nu Hugo zoo gauw gaat vertrekken."

„Wat lief dat je gekomen bent."

Peggy helpt haar zich te ontdoen van hoed en mantel. Zij kijkt in het vermoeide gezicht, dat nu nog ouder lijkt dan vroeger en waaraan noch rouge, noch lippenstift bloeiende warmte terug kunnen geven.

„Hugo heeft je natuurlijk verteld — wat zijn vader schreef. Ik ben zoo blij en zoo dankbaar dat hij weer werk krijgt. Dit leven van niets doen en afwachten is fataal voor hem. Ik hoop zoo dat hij met zijn vader zal kunnen samenwerken — al zegt dat administratieve gedoe hem niets. Maar misschien is daar nog kans op iets anders — in een autozaak of op een fabriek..."

Anita praat zenuwachtig, doet haar taschje open en dicht, verschuift haar stoel en staat eindelijk op om de kamer rond te wandelen. „Wat heb je 't hier aardig. Voor een gemeubileerde kamer is hij lang niet leelijk. Die foto's aan de muur zijn zeker van jou..."

„Ja," antwoordt Peggy, „er hingen hier zulke ake-