is toegevoegd aan je favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgedreven, met de zachte dwingelandij van alle gewoonten. Hij was langs Rood Paleis : gegaan zonder het te zien, hij was reeds weer op den terugweg, aan den overkant, bij de kroeg van Jacobs. Hij had niet gezworven als de kat om den schotel, de schotel was hem niet in de gedachten geweest.

Wat hem tot zichzelf bracht was een kleine inham naast het kroegje. Vier kleine immeri groene heesters in houten tobben stonden er I op een betegeld pleintje, zorgvuldig geschikt om een cafétafeltje en twee stoelen. Dit was het buitenzitje van Jacobs, eiken zomer, dit

■ tweepersoonszitje, rond kegels die nooit werden omgeworpen over de kegelbaan. Hij

1 herinnerde het zich van vroeger. Hij had er

■ nooit iemand zien zitten, hij had er eens over ! gedacht daar zelf plaats te nemen. De opi merkelijke doodschheid van het zitje had hem

■ toen afgeschrikt. Nu bracht het hem in de . feitenwereld terug.

Hij liep er omheen, de straat in naar het hart l van den Jordaan. In de verte zag hij veel r licht. Daar was het druk als immer. De stilte

■ der stad was beperkt tot de wijken der aan-

• zienlijken en van den handel. Het volk leefde J zijn zorgeloos leven door, met die zorgeloos-

• heid die misschien de diepste levenswijs5 heid is.

Rood Paleis 16