is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen. Zij had zich vastgehouden aan de tafel, om¬

dat zij duizelig werd. Zonder dat hij iets zei, begreep

zij, dat hij afscheid kwam nemen. Sinds den avond van de eerste sneeuw had zij het verwacht. Ze wist, dat hij zou vluchten, en zij was niet bij machte, hem vast te houden.

Zij had zijn hand gegrepen en die tegen haar wang gelegd.

„Vraag je niets?" had hij gefluisterd. Hoe had zij iets kunnen vragen, terwijl haar geheele wezen één smeeken was, een machtelooze poging om hem te omvatten.

„Ik wou dat je hier bleef, ik wou dat je probeerde er doorheen te komen. Je zult zien, dat later alles verandert." Wat een leege woorden naast de starre wanhoop, naast het gevoel, dat dit nooit weer ongedaan gemaakt kon worden, dat het heerlijkste, wat het leven brengen kon, aan gruizels werd gebroken.

Waarom? O God, waarom was dit alles noodig.... Het huisje, waar zij nog geen half jaar met Nico had gewoond, stond nu alleen met zijn doellooze meubels. Overal lag diepe stilte, als zij terugdacht aan de kleine kamers, waar zij samen hadden gezeten aan tafel, in de stoelen voor het raam. Dat was nu plotseling verleden geworden, een verleden, dat geen geluk meer kon geven bij de herinnering. Lucie tuurde voor zich uit. Telkens opnieuw onderzocht zij de gebeurtenissen van het laatste jaar, om te ontdekken, of er bij haar schuld lag. Zij zag weer den buitenweg, waar Nico haar vroeg geduld met