is toegevoegd aan je favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het groote bed in de logeerkamer van de gastvrije controleursfamilie te Sindjaï lag Maleen te wachten — te wachten op den morgen. Ze had het licht niet uitgedraaid. Nog — altijd nog — hoopte ze, zooals ze dien heelen, langen dag had gehoopt. — Ze waren immers als goede vrienden gescheiden, nu veertien dagen geleden. Jim was vol bezorgdheid en hartelijkheid geweest, toen.

Hij zou terugkomen, dacht ze, en haar zeggen, dat ze niet moest weggaan. Ze zouden Emy terughalen van Makassar en het zou alles zoo worden, zooals zij het zich van 't begin af had voorgesteld.

De uren waren verstreken, het eene na het andere. Telkens had ze van den heuvel, waarop het huis lag, uitgekeken langs het glooiende pad, of ze hem niet zag komen. ...

Hij kwam niet!

Aan tafel was ze stil geweest, wist weinig te antwoorden op het vriendelijk gepraat van gastheer en gastvrouw. Nu lag ze in bed en luisterde, luisterde in de stilte van den nacht naar de onmogelijkheid van naderend hoefgetrappel.

Toen in den morgen de eerste vage schemer door de jalouzieën drong, draaide ze de lamp uit en ging zacht naar buiten. Het was nog doodstil in het huis en op het erf. Onwezenlijk, geheimzinnig stonden de boomen en de struiken te wachten. Zacht ruischte in de verte de zee, een nieuwe dag lichtte aan!....

Toen stierf in haar de hoop. —

Ze zei niets meer, ze vroeg niets meer, ze verwachtte niets meer, toen eenige uren later Jim met een bediende en een zijner ondergeschikten verscheen. Gelaten onderging ze de formaliteit van de wettelijk vereischte ontmoeting.

's Middags bracht Jim haar aan boord.

Daar zag ze tot haar verrassing vele bekende gezichten: Aroe Salomekko met gevolg, zelfs I Intang met haar zoontje I Semming en de schoolkinderen uit Mara, die haar toezongen.

Dat was alles wel zoo op touw gezet door Jim, bedacht ze bitter. Alsof daarin voor haar eenige vergoeding kon liggen.

„Wat zingen ze, Jim?"

„Het beteekent: Zooveel drupp'len water als de zee bevat, zooveel tranen zullen wii om u schreien."