is toegevoegd aan je favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lange Dirk, die er groot op gaat dat er niets is wat hij niet durft. Er zijn er nog twee anderen, om elkaar af te lossen en om beurten te waken en te slapen als het moet. Die twee anderen zijn Frederico Dusamos en Brammet je Peccator, die zich altijd en overal komt aanbieden als er gewaakt moet worden. Deze Frederico Dusamos, is dat een Italiaan of een Griek. Hij heeft zoo'n zwarte oogen en kijkt zoo donker, de mond is van een bijzonder verbleekt rood en zeer smal onder de gele neus, en hij heeft groote vette poriën in de slappe, bloedlooze opgeschoren wangen. Brammetje Peccator, zondaar, hebt ge nog geen vergiffenis van uw zonden? Dat hebben ze hem gevraagd. Neen. Hij was naar de Redemptoristen van Wittem geweest, daar was er eene, die was zoo oud als de tijd, maar zelfs die grijsaard kende zijn zonde niet. Hoe is het mogelijk, de Redemptoristen, die met de hel dreigen maar zulk een schoon, groot verlossend kruis schuin tusschen de losse knoopjes van hun toog voor de borst geschoven hebben zitten? Zij kennen toch alle zonden! Ja, zegt Brammetje, van huis uit zitten ze goed in de moraal, maar mijn zonde heeft de heilige Alphonsus ook niet voorzien. Wat hebt ge dan toch gedaan, Brammetje? Ja, dat zal hij zeggen, als zelfs de Redemptoristen zijn kwaad niet kennen! Maar wat zei de biechtvader dan? Die zei: nescio. Wie had Brammetje zijn Latijn nu weer ingefluisterd!