is toegevoegd aan je favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit zijn onwezenlijke dingen geworden, waar Janus de Mert afscheid van genomen heeft. Hij is zoo levensmoe, hij is zoo vermagerd en ingevallen, maar zijn gezwel in de maag, dat is buiten op zijn buik te zien, en hij zweet in de nachten van den angst voor den dood. Er is dicht bij hem de staande klok en haar luid traag tikken, de schemering voor de tinnen wijzerplaat waarop ge de cijfers niet kunt zien en voor de koperen slingerschijf in de klokkast. Hoeveel uren. Het is uit te rekenen, als hij weet hoeveel maanden nog, hoeveel jaren. Hij wendt zich met het gezicht naar den muur als dokter van Taeke, over de tafel gebogen, de visite opschrijft en het bedrag noemt.

— Nog zóóveel bezoeken ....

Het maakt geen verheven indruk. Het is in zijn leelijkheid zoo martelend. Bovendien is het maar een dreigement, zoo goed als het mikken op Piet van den Oudendijk maar een dreigement is. Hoe kan dokter van Taeke met zekerheid het stervensuur van Janus de Mert vaststellen? Soms onderzoekt hij Janus de Mert nog. Dan knikt hij tevreden en hij zegt:

— Juist, juist, van begin af aan heb ik den tijd, dien ge nog te leven hebt, goed berekend.

Janus de Mert heeft de droeve lusteloosheid van zijn maaglijden. Hij krijgt soms voor den nacht een morphinespuitje. Dan glijdt hij naar de onverschillig-