is toegevoegd aan je favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een dorp zag hij een negerin. Een bronzen godin, met volle, spierkrachtige borsten, als bloeiende vruchten. Zij droeg een gif-roode bloem achter haar ooi. Met begeerte staarde hij haar aan, er scheen een vonk over te springen, en haar vleesch straalde. Met langzame, buigzame stappen kwam zij langs hem heen. Hij hield haar staande; in 'n wolk hing de ransige boterlucht om haar hoofd. „Wasch je! — zei hij, — „en kom dezen nacht bij mij." Maar de Congo is een dier. Het vreet alle krachten. De steppen roken onder de zon. 'n Trillende gloed stroomt omhoog van de aarde naar den hemel.

Men moet erin geboren zijn. Anders verslappen alle spieren, en wordt 't lichaam stijf als leer.

Hij was niet in staat haar lichaam te kneden naar haar wil. In 't donker zag hij haar oogen glimmen.

Toen zij 's morgens opstond van zijn bed, droeg zij enkele stuivers met zich mee in haar hand.

Later druppelden de praatjes achter hem aan: „De blanken kunnen niet beminnen zooals onze eigen mannen."

Alles is dor. De Congo is een dier. Vreugdelooze graswoestijnen en bosschen. Vuile dorpen, met enkele eenzame posten, waarin blanken huizen, verloren, zich onmachtig drinkend of met haat en onmacht slapend over gewillige negerinnen.

's Nachts huilen de honden in de dorpen, — harige, magere honden, met schurftige plekken in hun huid. Ze zoeken hun voedsel uit de mesthopen.