is toegevoegd aan je favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zijn dragers de équipementen halen: katoentjes, dekens, jekkers en spiegels.

Als eerste recruteerde hij een jonge negerin, wier arbeid 't was bij hem in zijn tent te slapen.

In den tusschentijd bouwde Monsen Willey's huis; een leemen hut met twee kamers, door een strooien wand van elkander gescheiden, en 'n magazijn.

Twintig negers en enkele negerinnen riep hij op voor den bouw. Hij liet de palen in den grond slaan, naar een geteekend schema, en liet ze verder bouwen naar eigen inzicht.

Drie maal daags kwam hij den bouw bezichtigen, om ze met 'n stomp of 'n schop tot werken aan te zetten, en „en passant" de dolle bouwfantasieën, die in hun hoofd waren opgekomen tot reëeler proporties terug te komen. Ze gingen prat op hun werk. Bouwden ze niet voor den blanke? Voor den almachtigen blanke van de Werkbeurs, die met groote koffers heetbegeerde gaven door de dorpen trok!

De vrouwen zwoegden; en vlochten 't stroo voor de kamerwanden en het dak.

Den tienden dag werd het strooien dak gelegd.

Van ver ontdekte Monsen een neger, die schrijlings op de vorst van het dak zat, met zijn handen slap hangend en gebogen bovenlijf. Hij bewoog zich zelfs niet, toen hij dichter bij kwam. De zwarte sliep; hij was onverwacht